Autokosten van vrijwilliger zijn aftrekbaar als gift
Vrijwilligers van algemeen nut beogende instellingen kunnen hun autokosten als gift aftrekken in hun aangifte inkomstenbelasting. Ook bestaat de mogelijkheid van vergoeding van de werkelijke kilometerkosten.
In een deze week gepubliceerde zaak trok een kandidaat gemeenteraadslid van een politieke partij autokosten af onder de noemer giftenaftrek. Deze autokosten had hij gemaakt in het kader van een verkiezingscampagne. Omdat hij deze kosten niet bij zijn partij kon declareren, had hij ze in zijn aangifte als gift verwerkt. Daar ging de rechter echter niet in mee. De rechter oordeelde namelijk dat van een gift in de vorm van het afzien van vergoeding van kosten geen sprake is, als deze vrijwilliger de kosten sowieso niet had kunnen declareren.
Voor vrijwilligers geldt als hoofdregel dat reiskosten met een auto vergoed mogen worden. Als de vrijwilliger alleen een kostenvergoeding krijgt, mogen de autokosten voor de werkelijke kilometerkosten vergoed worden. De beperking tot 19 eurocent per kilometer geldt dan niet.
Zou de instelling in principe wel bereid zijn om de kosten te vergoeden, maar ziet de vrijwilliger zelf af van het declareren van zijn autokosten, dan kan er sprake zijn van een aftrekbare gift. In dat geval kan de vrijwilliger in zijn aangifte inkomstenbelasting een bedrag van 19 eurocent per kilometer in aftrek brengen.
Weekers: Filebestrijdingsvoorstellen van B50 zijn interessant
“Files kosten tijd en geld, daarom ben ik erg blij met alle voorstellen vanuit het bedrijfsleven om ze aan te pakken” aldus staatssecretaris Frans Weekers van Financiën in zijn reactie op de voorstellen van de B50 om files te bestrijden.
Deze werkgroep mobiliteitsbudget van 50 grote Nederlandse werkgevers doet in een deze week gepubliceerde rapportage suggesties voor een Slim Reisbudget voor bedrijven. Een Slim Reisbudget is een mobiliteitsbudget dat mensen stimuleert om minder, duurzamer of buiten de spits te gaan reizen. In verband met dat laatste doet de werkgroep voorstellen voor fiscale filebestrijding voor werknemers met en zonder auto van de zaak.
Voor werknemers met auto van de zaak wordt een bonus/malus leasebudget voorgesteld. Hierbij wordt de werknemer door middel van een variabel budget gestimuleerd om minder en zuiniger te rijden of met het openbaar vervoer te reizen. Als de werknemer hierdoor tegen lagere kosten kan reizen, kan dat hem een persoonlijk voordeel opleveren. Meerkosten kunnen tot een malus leiden. De werkgroep stelt voor om die malus aftrekbaar te maken van de bijtelling. Ook pleit de werkgroep voor een flexibele bijtellingsregeling, waarbij de bijtelling afhankelijk is van de mate van privégebruik.
Voor werknemers zonder auto van de zaak, wordt een persoonlijk mobiliteitsbudget voorgesteld. Met dit voorstel krijgt de werkgever de mogelijkheid om concreet te sturen op het aantal reizen en de wijze van vervoer. Het budget zorgt voor een prikkel die steeds leidt tot de vraag of de reis noodzakelijk is en of welk vervoermiddel het geëigende middel is om de reis te maken.
De werkgroep stelt voor om de huidige fiscale ruimte van de onbelaste kilometervergoeding van 19 eurocent op bedrijfsniveau te mogen herverdelen onder de medewerkers.
Weekers geeft aan dat dit voorstel een stelselwijziging betekent die goed moet worden doorgerekend op budgettaire gevolgen en administratieve lasten voor het bedrijfsleven. Hij laat daarom beide voorstellen verder bestuderen door enkele ambtenaren en de opstellers van het rapport.
Wordt de onbelaste kilometervergoeding gewijzigd?
Door Tweede Kamervragen over een radio-interview met Guido van Woerkom van de ANWB is deze week de hoogte van de onbelaste kilometervergoeding weer in de belangstelling komen te staan.
In dat interview sprak Van Woerkom de vrees uit dat de onbelaste kilometervergoeding wordt verlaagd. In antwoord op de Kamervragen (18 januari 2012) neemt Staatssecretaris Weekers die vrees niet weg. Nadat de Studiecommissie belastingstelsel eerder al onderzoek had gedaan naar de milieueffecten van het verlagen van de onbelaste kilometervergoeding, wordt dit voorjaar namelijk opnieuw een onderzoek gedaan. Dit nieuwe onderzoek richt zich op de effecten die een verlaging kan hebben in het kader van de filebestrijding. Als mogelijk nieuw onbelast vergoedingsbedrag wordt een bedrag van 13 cent per kilometer genoemd. Het is allerminst zeker dat deze verkenning ook daadwerkelijk tot wetswijziging zal leiden, daarvoor moeten de resultaten van het onderzoek afgewacht worden. De Tweede Kamer zal hier voor het zomerreces over worden geïnformeerd.
Zorgvuldigheid is vereist bij bijhouden rittenregistratie
Het bijhouden van een rittenregistratie ter voorkoming van de bijtelling vereist een zorgvuldige vastlegging van de gereden kilometers. In een recente zaak legde de rechter de eisen als volgt uit: Een rittenadministratie dient niet bij voorbaat te worden verworpen als deze niet aan alle vereisten van de belastingdienst voldoet, maar de administratie in combinatie met andere bewijsmiddelen moet wel ten minste zodanig sluitend zijn dat daaruit eenduidig kan worden afgeleid hoeveel kilometers er zakelijk en privé met auto zijn gereden.
De belastingdienst had in deze zaak de rittenregistratie onder andere vergeleken met gegevens van verkeersovertredingen. Daarbij bleek dat er in een jaar zeven overtredingen waren begaan op locaties die niet overeenkwamen met de ritten in de rittenregistratie.
Veel van deze verschillen waren in dit geval te verklaren met ritten die door collega’s met deze auto waren gemaakt. Deze ritten waren niet in de rittenregistratie opgenomen. Dat de wel opgenomen ritten qua kilometerstanden toch op elkaar aansloten, werd waarschijnlijk veroorzaakt doordat de secretaresse van deze berijder de rittenregistratie verzorgde, los van de werkelijke stand van de kilometerteller. De rechter oordeelde dat van deze zakelijke ritten door collega’s ook de gereden afstand, het beginadres en het eindadres en de begin- en eindstand van de kilometerteller genoteerd hadden moeten worden om een sluitend geheel te krijgen.
Kleine fouten hoeven niet meteen tot het volledig verwerpen van de rittenregistratie te leiden. Dat blijkt ook uit eerdere rechtszaken. In dit geval was de omvang van de verschillen echter te groot en waren er bovendien vraagtekens te plaatsen bij een aantal verklaringen over de ontbrekende ritten. Zorgvuldigheid blijft dus geboden.
In hoger beroep woog tenslotte ook nog vrij zwaar mee dat er geen enkel bewijsstuk was waaruit de werkelijke kilometerstanden, bijvoorbeeld bij het begin en einde van het jaar, konden worden afgeleid.
Nieuwe lijst voor versnelde afschrijving en milieu-investeringsaftrek
De nieuwe milieulijst voor het jaar 2012 is gepubliceerd. Wij hebben voor u de belangrijkste wijzigingen voor personen- en bestelauto’s op een rijtje gezet.
Investeringen die op de milieulijst voorkomen, komen in aanmerking voor versnelde afschrijving en/of voor milieu-investeringsaftrek. De versnelde afschrijving levert een liquiditeits- en rentevoordeel op. De milieu-investeringsaftrek (MIA) is een extra fiscale aftrekpost, die kan oplopen tot 36% van het investeringsbedrag.
Voor personenauto’s is een belangrijke constatering dat de milieulijst 2012 niet veel afwijkt van de lijst voor het jaar 2011. Op een elektrische auto of een plug-in hybride auto met een CO2-uitstoot lager dan 50 gram/km kan ook in 2012 versneld worden afgeschreven en geldt de MIA van 36%. Ook oplaadpunten komen hiervoor in aanmerking.
Auto’s die qua CO2-uitstoot in aanmerking komen voor 14% bijtelling, kunnen ook profiteren van versnelde afschrijving. Opvallend is wel dat voor de versnelde afschrijving op deze zeer zuinige auto’s vanaf 1 januari 2012 al de nieuwe CO2-normen gelden die voor de bijtelling pas gaan gelden vanaf 1 juli 2012. Versnelde afschrijving is mogelijk als de uitstoot niet hoger is dan 91 gram/km bij dieselauto’s en 102 gram/km in andere gevallen.
Ook de aardgasauto blijft onder de regeling voor de versnelde afschrijving vallen. De regeling voor de hybride bestelauto is per 2012 vervallen.
Om voor deze regelingen in aanmerking te komen moet de investering binnen 3 maanden na het aangaan van de verplichtingen worden aangemeld bij Agentschap NL.
Maak tijdig bezwaar tegen de BTW-correctie privegebruik over het jaar 2011
Deze maand moet de laatste BTW-aangifte over het jaar 2011 ingediend worden. Daarin moet voor auto’s van de zaak ook de correctie voor privégebruik verwerkt worden. Het verdient aanbeveling tijdig bezwaar te maken tegen die correctie.
Op auto’s van de zaak mag in principe gedurende het hele jaar alle BTW afgetrokken worden. In de laatste aangifte moet dan een correctie voor het privégebruik worden aangegeven. De BTW op privégebruik van zakelijke goederen en diensten is immers niet aftrekbaar. Die correctie over het jaar 2011 is echter niet geheel onomstreden. Ter behoud van rechten kan daarom bezwaar worden gemaakt tegen de eigen afdracht op aangifte. Als lopende procedures straks succesvol worden afgerond, kunt u daar ook nog van profiteren.
Kort samengevat zijn deze discussiepunten als volgt:
De wet is per 1 juli gewijzigd. Onder meer is de koppeling tussen BTW en bijtelling losgelaten. Maar in lijn met de uitspraak van Rechtbank Haarlem van 1 juni 2011 kan verdedigd worden dat het gelijkheidsbeginsel zelfs een correctie van 12% van 0% van de catalogusprijs met zich meebrengt voor de periode 1 januari tot en met 30 juni 2011.
Bij de Hoge Raad is verder een zaak aanhangig waarin aan het Europese Hof van Justitie vragen zijn gesteld over de aftrekcorrectie voor eenmanszaakondernemers. Niet uitgesloten is dat voor deze groep belastingplichtigen de correctie geheel of gedeeltelijk buiten toepassing verklaard zal worden.
Voor de periode tot en met 30 juni kan tenslotte mogelijk verdedigd worden dat er geen correctie privégebruik plaats hoeft te vinden voor werknemers die een niet-kostendekkende bijdrage betalen voor het gebruik van de auto.
Per 1 juli is een heffing over het privégebruik ingevoerd ter grootte van 2,7% van de catalogusprijs van de auto (inclusief BTW en BPM). Ondanks deze wetswijziging zijn er ook voor de periode na 1 juli 2011 nog openstaande discussiepunten.
Voor de BTW-heffing over het privégebruik van diensten (zoals operationele lease van auto’s) geldt vanaf 1 juli 2011 een andere wettelijke heffingssystematiek. Deze is niet onomstreden. Het is te verwachten dat deze discussie in 2012 aan de rechter zal worden voorgelegd.
Tenslotte is het nog de vraag of het op grond van het EU-recht mogelijk is om een btw-aftrekcorrectie (zoals tot en met 30 juni van kracht was) te laten volgen door een heffing over het privégebruik (zoals deze per 1 juli is ingevoerd).
Door tijdig (binnen zes weken na uw afdracht op aangifte) formeel bezwaar te maken, houdt u de mogelijkheid open om uw bezwaar later inhoudelijk te motiveren. U kunt dan gebruik maken van de op dat moment voorhanden zijnde stand van zaken van de nu nog openstaande discussiepunten.
Let op nieuwe meldingsverplichtingen bij verklaringen over bijtelling
Per 1 januari 2012 wordt de Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto geïntroduceerd. Op diezelfde datum treden ook extra meldingsverplichtingen in werking. Die gelden ook voor de al langer bekende Verklaring geen privégebruik.
Naast de al langer bestaande mogelijkheden om bijtelling te voorkomen wordt per 1 januari 2012 de verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto geïntroduceerd. Met het afgeven van de verklaring wordt aangegeven dat met de desbetreffende bestelauto geen enkele kilometer voor privédoeleinden wordt gereden. Een rittenadministratie hoeft dan niet bijgehouden te worden. De verklaring wordt ingediend door de werkgever, op verzoek van de werknemer.
Als de werknemer in de loop van het jaar toch van plan is om de bestelauto privé te gaan gebruiken, moet hij - ook weer via de werkgever – aan de belastingdienst melden dat hij de verklaring intrekt voordat daadwerkelijk voor privédoeleinden wordt gereden. Het kan zich ook voordoen dat de werknemer de verklaring niet intrekt, maar dat de werkgever weet of vermoedt dat de bestelauto desondanks voor privédoeleinden gebruikt wordt. In dat geval moet de werkgever dat melden aan de belastingdienst.
Het niet of niet tijdig doen van deze meldingen wordt aangemerkt als een overtreding. Daarbij kan een boete worden opgelegd van maximaal 100 procent van het bedrag aan belasting over de bijtelling. De inspecteur dient overigens wel te bewijzen dat de meldingsverplichtingen niet of niet tijdig zijn nagekomen en dat dit dan aan opzet of grove schuld van de werknemer of de werkgever is te wijten.
Omdat deze nieuwe Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto erg lijkt op de al langer bekende Verklaring geen privégebruik (die ook voor personenauto’s van toepassing is, en waarbij voor zowel personen- als voor bestelauto’s een rittenregistratie moet worden bijgehouden), worden ook voor deze verklaring de meldingsverplichtingen aangescherpt.
Voordat de werknemer meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden rijdt, moet hij de inspecteur mededelen dat hij verzoekt om intrekking van de verklaring geen privégebruik. Ook deze melding moet plaatsvinden via een digitaal formulier dat beschikbaar is op de website van de Belastingdienst. Het niet of niet tijdig doen van de melding wordt aangemerkt als een overtreding die beboet kan worden met ten hoogste 100 procent van het bedrag aan belasting over de bijtelling.
Samenvattend kan geconcludeerd worden dat vanaf 2012 er weliswaar meer mogelijkheden bestaan voor het voorkomen van de bijtelling, maar dat zowel de berijder als de werkgever alert moeten zijn op het tijdig melden van situaties waarin de voorwaarden van de verklaringen niet meer worden nageleefd.
BTW-correctie privégebruik auto versoepeld
Vanaf 1 juli 2011 geldt een nieuw systeem voor de BTW-aftrek op een auto van de zaak. De regels daarvoor zijn in een nieuw beleidsbesluit versoepeld.
Op een auto van de zaak is alle BTW in principe aftrekbaar. In de laatste aangifte van het jaar moet echter voor het privégebruik een correctie worden aangegeven. Deze was de laatste jaren gekoppeld aan de hoogte van het bijtellingstarief en daarmee aan de CO2-uitstoot van de auto. In verband met jurisprudentie hierover, is de wijze van berekening van de BTW-correctie per 1 juli 2011 gewijzigd. Vanaf die datum geldt een jaarlijkse BTW-correctie van 2,7% van de catalogusprijs (incl. BTW en BPM).
Ook mag gekozen worden voor een BTW-correctie op basis van werkelijke kilometerverhoudingen. Daarbij telt woon-werkverkeer (anders dan voor de bijtelling!) mee als privégebruik.
Het nieuwe beleidsbesluit regelt wat onder dit woon-werkverkeer moet worden verstaan: het (heen en/of terug) reizen van de woon- of verblijfplaats naar de in de arbeidsovereenkomst overeengekomen vaste werkplaats(en) waar de werknemer (één of meerdere dagen) zijn werkzaamheden verricht. Als zo’n overeenkomst niet is gesloten, dan geldt zowel voor de ondernemer als voor de werknemer dat alle reizen (heen en/of terug) van de woon- of verblijfplaats naar een bedrijfsadres van de ondernemer als woon-werkverkeer worden aangemerkt.
Deze definitie heeft tot gevolg dat de reizen naar andere plaatsen dan de vaste werkplaats of het bedrijfsadres niet worden aangemerkt als woon-werkverkeer. Zo zal het reizen van een bouwvakker naar de bouwplaats normaliter geen woon-werkverkeer zijn (tenzij dit als vaste werkplaats is overeengekomen).
Als het privégebruik van een (bestel)auto alleen bestaat uit woon-werkverkeer is het niet per se nodig om een kilometeradministratie bij te houden om de verschuldigde BTW te berekenen. In dat geval kan, als niet gekozen wordt voor een BTW-correctie op basis van het 2,7%-forfait, volstaan worden met het bepalen van de afstand woon-werk en hoeft alleen te worden bijgehouden hoe vaak deze reizen plaatsvinden. In plaats van het daadwerkelijk bijhouden van de frequentie van het woon-werkverkeer mag ook worden uitgegaan van een vast aantal van 214 werkdagen per kalenderjaar. Bij dit aantal is onder andere rekening gehouden met incidenteel thuiswerken, ziekte, vakantie, sabbaticals en zorgverlof. Het aantal werkdagen (214) kan naar evenredigheid worden toegepast als de werknemer op minder dan 5 dagen per week werkt of als de dienstbetrekking in de loop van het kalenderjaar begint of eindigt.
Het nieuwe besluit geeft ook een versoepeling voor auto’s die zijn ingezet zonder BTW-aftrek, bijvoorbeeld omdat ze onder de margeregeling zijn aangeschaft. In plaats van een BTW-correctie op basis van kilometerverhoudingen, kan voor deze auto’s ook gekozen worden voor een BTW-correctie ter grootte van 1,5% van de catalogusprijs. Dat percentage komt dan in de plaats van het reguliere forfait van 2,7%.